OP RESTAURANT

Ik heb eindelijk een gouden tip voor wie zich in het spookhuis van de relatiekermis begeeft: laat de ander het restaurant uitzoeken. Het advies is uit wanhoop geboren. Ik heb geen favoriet restaurant.

Er is een restaurant waarvan de kaart me bevalt, maar de tafeltjes staan zo dicht op elkaar. Gunstig gesitueerd is een andere tent, maar daar faalt de bediening voortdurend. Ik vind het altijd lekker bij een Indonesiër, maar daar is het vaak zo donker en de volgende dag zit ik altijd met spijt op de wc. Bij mij om de hoek zijn meer restaurants, maar er is overal wel wat mis: te pretentieus, te duur, je kunt er niet reserveren, het licht is beroerd.

Wat ik kies vind ik nooit goed, dus laat ik de dame de keuze. Niet alleen laad ik daarmee de ergernis niet op mijn schouders, ook krijg ik inzicht in hoe zij is en hoe zij over mij denkt.

In Naarden-Vesting bevind ik mij in een culinair hogedrukgebied. Mijn gezelschapsdame is duidelijk stamgast in dit betere restaurant, we hebben een discreet tafeltje in de erker. Ze denkt dat ik van lekker eten hou omdat zij van lekker eten houdt, maar ik heb nou eenmaal mijn eigen definitie van een goede keuken. De beste kok is de kok die het eenvoudige goed kan maken. Een omelet, een uiensoepje, een bal gehakt vooral. Ik ben niet onder de indruk van Naarden-Vesting.

Het restaurant in Amsterdam is trendy. De tafeltjes staan zo dicht op elkaar dat de conversatielijntjes diagonaal gaan lopen. De obers worden allemaal met de voornaam aangesproken en hoewel ‘schnitzel’ hier een scheldwoord is explodeert de kaart niet onder de pretenties. Ik heb een zwak voor restaurants waar het nagerecht (‘en de koffie er meteen naast, graag’) in een luxe zithoek geconsumeerd kan worden.

De jongedame die mij naar het restaurant van het Pulitzer Hotel wist te lokken heeft onthouden dat ik niet gek op drukte ben. Misschien ook om het amoureuze karakter van de ontmoeting niet te veel te benadrukken (bij de koffie blijkt ze een vriend te hebben, dat had ik nou graag eerder geweten) is de omgeving zakelijk gehouden. Te midden van mishandeld vlees en opgeklooide vis kies ik maar voor een vegetarisch gerecht. Het dessert wordt echter keurig naar de fijne stoelen in de bar gebracht. Omdat ik na menig rondje over de grachten mijn auto heb gestald in een parkeergarage die om 1 uur dichtgaat vindt het etentje een tijdig einde.

Het is dus simpel: kiest ze een duur restaurant waar ze nog nooit geweest is, dan is ze uit op status en geld. Kiest ze een restaurant waar ze kind aan huis is, dan maskeert ze haar onzekerheid. Kiest ze een restaurant dat net een negen heeft gekregen van Johannes van Dam, dan leest ze in ieder geval Het Parool. Kiest ze een restaurant waar nog nooit iemand van gehoord heeft dat in een straatje ligt dat bijna niet te vinden valt en is het vervolgens dolle pret om de falende bediening en de wonderlijke spijzen die op je bord verschijnen en loop je vervolgens nog nagiechelend de nacht in, die nog maar net begonnen is, dan kun je haar het beste ketenen.